Op reis (2)

Macondo is niet zozeer een plaats, maar een gemoedstoestand.

Het is tegenwoordig bijna niet mogelijk om onbevangen op reis te gaan. Er is zoveel informatie beschikbaar, we laten ons niet makkelijk meer verassen. Reisgidsen tonen mooie plaatjes en leiden de reiziger over denkbeeldig platgetreden paden. TripAdvisor vertelt ons waar we het best kunnen eten. Booking.com weet al waar we willen slapen voordat we zijn ingelogd. En dan al die selfies van vrienden of minder bekenden die ons met duckface en al de weg wijzen naar wat wel het allerleukst van het land moet zijn.Maar er zijn ook vooroordelen die worden verspreid door populisten of reizigers met slechte ervaringen, mensen die feiten en fictie door elkaar halen. ‘Alle ellende in de wereld wordt veroorzaakt doordat mensen niet gewoon thuis kunnen blijven,’ zei de Franse filosoof Blaise Pascal ooit. We volgen de journaals en krijgen heel korte, vaak negatieve, indrukken van de landen, waar we vervolgens liever niet meer naartoe gaan. Ik hoor reizigers over dezelfde landen en culturen heel verschillende dingen zeggen. De een vindt Russen nors, lomp en aan alcohol verslaafd, de ander vindt hen warm, gastvrij en vrienden voor het leven. Indiërs stinken of ze zijn kleurrijk, Amerikanen zijn dom of ras-optimisten. Colombia kampt al tientallen jaren met zo’n negatief imago. Er circuleren honderden video’s, gemaakt door willekeurige Colombianen, die de wereld laten zien wat voor prachtig land het wel niet is, hoe gastvrij, vrolijk en ontwikkeld de Colombianen zijn. Zelf stuit ik regelmatig op onbegrip als ik mensen vertel dat ik Colombia een van de mooiste landen vind die ik ken, en de Colombianen een geweldig volk. Dat vind ik ondanks alles wat ik daar meemaakte. Ja, want incidenten, ook al worden ze breed uitgemeten, zijn niet meer dan dat: incidenten. Er is nog zoveel meer. Maar het valt niet altijd mee. Ook ik moest weleens denken aan de woorden van Friedrich Nietzsche: ‘En degenen die men zag dansen werden voor gek verklaard door diegenen die de muziek niet konden horen.’ Het loont de moeite de muziek te ontdekken.

Het lezen van Orhan Pamuk, V.S. Naipaul of Gabriel García Márquez op weg naar Turkije, Trinidad of Colombia is een mooi begin van de reis. De literatuur biedt ons een kijkje in de cultuur van het land dat we weldra gaan verkennen. ‘Macondo is niet zozeer een plaats maar een gemoedstoestand,’ zei Gabriel García Márquez over het stoffige Colombiaanse plaatsje uit zijn Honderd jaar eenzaamheid. Cees Nooteboom, Adriaan van Dis en andere literaire reizigers leiden ons rond door landen waarvan zij meestal zelf veel zijn gaan houden. Journalistiek en literatuur lopen hand in hand door Santiago de Compostela of Batavia. Maar uiteindelijk zijn het je eigen waarnemingen in beeld, tast, geur, smaak en geluid die je de werkelijkheid, jouw eigen werkelijkheid verschaffen van de andere cultuur en haar bewoners. Door de bril van de Ander. Want, waarschuwt de Franse schrijfster en filosofe Anaïs Nin, ‘we zien de dingen niet zoals ze zijn, maar we zien ze zoals wij zijn’.

Ik zal mijn bezoek aan de Taj Mahal nooit vergeten. Het imposante witte mausoleum, dat in de zeventiende eeuw werd gebouwd, steekt schril af tegen het kleurrijke gekrioel in de straten van het omliggende Agra. Het perfect symmetrische gebouw met een koepel, boogvormige toegangspoorten, portaalgevels en vier minaretten vormt een prachtig geheel. De Taj Mahal lijkt bij elke stap dichterbij een detail prijs te geven. Het smetteloze witte marmer krijgt steeds meer reliëf en langzaam maar zeker komen er talloze, zeer verfijnde versieringen tevoorschijn. De bezoeker ziet kalligrafieën, complexe geometrische vormen, bloemen en wijnranken. Zo is het ook met cultuur: hoe dichterbij je komt, hoe meer patronen je ontwaart en uiteindelijk zijn het allemaal kleine, kleurrijke steentjes die samen één groot mozaïek vormen.

Fragment uit Do we have a deal?

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail